Terwijl wij 20 jaar geleden elkaar nog de koppen insloegen of ons beroep nou ontwerpen of vormgeven moest heten. En de term Design louter gebruikten als bijvoeglijk naamwoord voor iets ‘overontworpens’, iets ‘slicks’, dat vast verkocht werd door Alessi, rukte het Angelsaksische gebruik van het begrip op. „Design kun je ook als werkwoord gebruiken“ leerden we van de Amerikanen. Nederland schrok wakker. Design Als paraplubegrip, als umbrella-term: oeioeioei.

Zonder dat we het in de gaten hadden was de wereld ineens geglobaliseerd. De lokale stammenstrijd tussen ontwerpers en vormgevers werd beëindigd. De laatste kemphanen uit BNO, de KIO, de Gio, Premsela en DDFA keken elkaar aan en vroegen zich af waar ze zich in hemelsnaam al die tijd druk over hadden gemaakt. Een situatie die we kenden van de Nederlands Hervormden en de Protestanten. Wie weet waar dat dispuut over ging?

Géén voet meer tussen de deur

Maar er veranderde voor de voormalige kemphanen nóg een paradigma. De ambassadeurs van de design lobbyclubs hoefden opeens géén voet meer tussen de deur te zetten als zij de design boodschap kwamen brengen bij overheden en bedrijfsleven. De design Jehova’s waren jaar in jaar uit langs de velden getrokken om ongelovigen van de kracht van de creatieve industrie te overtuigen. Of het nou in Harderwijk, Hamburg, of Ghangzou was, bij het MKB, de koningin of in de EU, de boodschap was altijd dezelfde: “Designers kunnen bést wel wat. Kijk er eens naar, het zal je verbazen”.

Stelt u het zich eens voor hoe het voelt als je 20 jaar de voet tussen de deur hebt gezet en dat plotseling iedereen aan de ander kant zegt: “Ja ja, dat doen wij nu ook. Dat weten we al. Dat implementeren wij nu. Daar zijn we a een poos mee bezig. U bent net iets te laat”, en “Vertel mij wat, ik was altijd al met design bezig”. Er valt ineens niets meer te zenden. Het zendingswerk is definitief vervuld. Het land is bekeerd. Iedereen wil design. Iedereen was al design, maar nu helemaal.

folie02Designers zitten bij DWDD aan tafel met hun 3D geprinte huizen, met hun smog-oplossingen, en met hun belofte met creativiteit de plasticsoep te lijf te gaan. Designers zijn nationale helden met hun eigen ‘image hotels’. Hun huizen staan voor veel geld te koop en ze treden op in pensioenreclames. Op de opening van de door Wanders gesponsorde Wanders reclameshow in het Stedelijk museum liep toet Het Gooi rond. Bontjasje, Pradaatje, etcetera. En ze zeiden allemaal in koor: “Wat een talent heeft die jongen, mensen die dat niet zien, zijn zuurpruimen”. Je hebt filmsterren, rocksterren, gewone BN-ers en designers. En ja, ik weet waar ik het over heb, met de vrouw in bovenstaande montage ben ik al 20 jaar getrouwd.

Design is populairder dan ooit: Ieder tijdschrift, ieder blog, schrijft erover. iedere ondernemer wil ermee geassocieerd worden. Als iets als design te herkennen is namelijk, heeft het een grotere ‘meerwaarde‘. Dat betekent dat je er een hogere prijs voor kan vragen. Daarom serveren middelmatige restaurants hun maaltjes op vierkante borden. Want de sterrenkeuken is ook design.

Er zijn designfestivals waar u nog nooit van gehoord heeft. Deze week was ik In Reijkjavik bijvoorbeeld, waar men ook gelooft dat de toekomst van de IJslandse economie meer creativiteit moet gaan draaien. Verrassend. Er zijn inmiddels meer designweeks dan weken in een jaar. Dus terwijl iedereen denkt te weten wat design is. En iedereen enthousiast is over het begrip en iedereen zijn beroepsnaam herdefinieert zodat het iets met design te maken heeft. Dan begin ik me nu hoe langer hoe meer af te vragen wat design nou eigenlijk nòg is.

Wat is design? Wat kan een designer? Kunnen ze eigenlijk wel iets?

Ik voel me daarbij als een werkeloze Jehova bij wie het -nu hij bevrijd is van zijn zendingswerk- begint te knagen. Ik ben mezelf de vraag aan het stellen die ik 1000 malen aan al die voordeuren stelde. Alleen had ik toen altijd een antwoord paraat, maar nu weet ik het even niet meer. Bij mij heeft de twijfel flink toegeslagen. Dus terwijl de religie groeit als kool ben ik misschien de eerste designafvallige.


folie08Stel we hebben hier ‘Marieke’ (designers zijn tegenwoordig voor 80% vrouwen, er zijn al scholen die er beleid op maken om ook jongens te interesseren). Marieke heeft net haar bachelor degree Design gehaald. Opgedaan op één van de vele Nederlandse scholen. Kan Marieke een model maken? Kan zij 3D printen? Weet zij de productieprijs van een designkadoo van 20 euro? Heeft zij een goede smaak? Weet zij het verschil tussen spuitgieten en extruderen? Kan zij het complementair van lichtblauw noemen? Weet zij wie Walter Gropius was. Kan zij een rekening sturen? Weet zij wat een ontwerpproces is?


Kunnen wij überhaupt één vraag formuleren waar we zeker een “Ja” op willen horen? Kunnen wij één harde eis stellen aan de competenties van een designer? Het zal niet makkelijk worden omdat het beroep transformeert van ambacht gerelateerd naar mentaliteit gedreven. Design is een creatieve mentaliteit en veel preciezer kunnen we het niet maken. 

folie10Toen liep ik op een vliegveld en zag een bord: “Designated Smoking Area”. Ik begon me af te vragen of dit rookverbod samenhangt met woord design. Ik ging de Middeleeuwse oorsprong van het woord rechercheren. Ik voelde me als een psychiatrische patient die zijn obsessies vooral niet hardop moet uitspreken omdat ik dan kans loopt dat mannen in witte pakken mij in een dwangbuis meenemen. Die mannen zetten mij op een afdeling met verwarde patienten die zich uit een sekte bevrijd hebben.

Design schept verwachtingen die het niet waarmaken kan. Designers gaan NIET de smogproblematiek in China oplossen. Erger nog: Design wordt als schaamlap gebruikt om de smogproblematiek daar niet aan te pakken. Design gaat ook niet het immigratievraagstuk oplossen. Design gaat ook niet de plasticsoep kleiner maken, alhoewel verschillende projecten dat beloven. Design gaat voor meer afval zorgen, niet voor minder. Design gaat ook obesitas, climate change en overproductie niet oplossen. Design is een onderdeel van het brandinginstrumentarium geworden, een ruimtelijke vorm van adverteren. Het is impliciet in handen van marketeers en designmanagers. Het publiek wantrouwt namelijk reclames, maar heeft vertrouwen in design. Marieke is ook zo’n eerlijk en lief kind. 

Design geeft geen enkele garantie. Het is een verzameling van 50 onbeschermde beroepen, elke 6 maanden komt er 1 bij. We leiden er elk jaar meer op. RCA wil in 5 jaar groeien van 500 naar 2200 studenten. Dit jaar zijn er weer meer verse ontwerpers dan vorig jaar. Volgend jaar worden het er nog meer. Zit daar dan echt geen maximum aan? Op een zeker moment zijn er toch voldoende designers zou je zeggen. 

Ik ben een boek aan het schrijven met de werktitel ‘wat is design? Over de transformatie van het beroep. Of dat boek een instructieve bestseller wordt of een roman van een psychopaat met oplage één, moet de tijd gaan leren. In beide gevallen noem ik het ‘een design’ en mezelf een designer. Tegen de tijd dat de dwangbuizen voor mij en andere afgekickte Jehova’s en de 12 stappen programma’s allang zijn geredisigned. Misschien wel door Marieke.