All Posts in Category: maps

Holland Upside-Down

This is a simple map of the Netherlands, isolated on a Din-A format. The outline of the Netherlands, also called Holland. is slightly smaller than the well-known A4 or Din-A normal format. This image shows the A surplus. If you wanted to fit Holland onto the smallest piece of paper possible, you would first need to rotate it 11 degrees counter clockwise. Then it would be in its most efficient balance. As you can see in the picture below, the harbor of Delfzijl would kiss the north, while Limburg and Zealand would fit well in the south.
In the sixties there were gasoline companies that printed maps like this, because it used less.
Actually, I like Holland better when it is in its most efficient shape. Tilted 11 degrees, it looks more elegant, its head up high.
If the sea level were 20 meters lower, our country would look like this:

We would see a land increase of 51%, mostly near the densest region, the Randstad in the West. Because the coastline would look radically different, the country would appear to be wearing a hat—a silly, artistic French beret.
If we were to copy and paste a mirror image of the entire Netherlands right next to the original, making a kind of geographical Rorschach inkblot, it would look like this:
Holland would now be a bodybuilder who worked on his chest too much and his legs too little. I think if we held a vote on this proposal, it would have a good chance of succeeding. The Netherlands might be less populated, but the remaining parts would be prettier and friendlier. There would be more provincial suburbanization and fewer drug problems, and less poverty and violence.
 If one were to project a view of the Netherlands from one of the poles, it would look like the above picture. We are all familiar wit polar projections from the United Nations logo. They are always used to show the world in a non-hierarchical way.
This story has no conclusion; it is but a program of suggestions.

The Equator Myth: Coriolis

People say that water draining out of a bath or flushing down a toilet swirls in a different direction, depending on which side of the Equator you’re on. Is this true? 

In 1998 I went to Uganda, south of Fort Portal and Kasese. Here is a picture of the monument marking the equator alongside the road. It’s not hard to find, since there are only two major roads crossing the equator in Uganda.
I was packed with water, a funnel and a few bottles, and I was ready to see if the rumors were true. I tried pouring the water a hundred times, both north and south of the Equator. I could see clearly that the water went through very fast, but not that it ran in different directions. It was very hot out there, and with every trial I spilled some of the water. I had to try hard not to drink it. 

I always thought I had done something wrong, but then the Internet came along, and I found that there are many other people who also doubt this myth. “The idea that water goes in different directions down the plughole in the Northern and Southern hemispheres is almost entirely a myth. The Coriolis effect on the Earth is very, very small, becoming apparent only in large, slow systems like the rotation of the atmosphere,” says Steve Bowers in speculative science in the Guardian


Andrew from Plymouth comments,  “I have been a seafarer for over 30 years and have crossed the Equator many times, North to South and vice versa.” Never has the direction of the vortex of water in a basin been a subject of discussion. If it were true, surely seamen would have spent many hours observing and then talking about this myth.



My next trip for this project will be to Macapa, Brasil. I want to go to Estadio Milton Correo, where there is a football pitch right on the equator. It actually divides the pitch in two, so if the team chooses sides (after the toss) they are also choosing hemispheres. Here you can see an image inside the stadium. Look carefully at the front of the field: “SO” and “NO” are written in the grass.

Nieuw kaartbeeld toont Randstad als echte metropool, NRC Handelsblad

door Dick van Eijk (17 04 1996)
Stedebouwkundige: Op de huidige kaarten is Groene Hart te leeg; Randstad blijkt op nieuwe kaart één grote metropool

Door de manier waarop West-Nederland doorgaans op kaarten wordt afgebeeld, lijkt het Groene Hart veel groter dan het is, en lijkt de verstedelijking minder dominant dan in werkelijkheid. Stedebouwkundig vormgever Lucas Verweij pleit voor een ander kaartbeeld, een kaart van de Randstad als metropool.
In kiosk en benzinestation zijn kaarten te koop van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag. Van elke grotere stad. Ook een autokaart van Nederland is voorhanden. De ANWB en enige boekhandels bieden bovendien kaarten van Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en andere provincies. Maar naar een kaart van de Randstad zoekt men tevergeefs. Zo’n kaart bestaat niet.
Stedebouwkundig ontwerper Lucas Verweij realiseerde zich dat toen hij twee jaar geleden in Los Angeles was. “Ik had een kaart van de stad gekocht en zocht een museum waar ik heen wilde. Dat was anderhalf uur rijden. Daar was dat heel normaal. Eenmaal terug in Nederland ging ik naar het Stedelijk Museum. Dat was ook anderhalf uur. Toen kon ik me de Randstad ineens als één geheel voorstellen, net als Los Angeles.”
Dat de Randstad zich als metropool zo lang verborgen heeft kunnen houden, heeft volgens Verweij veel te maken met het kaartbeeld. “In standaard cartografische representaties wordt een gebied doorgaans leger gehouden dan het is. De kaarten waar we het meest mee vertrouwd zijn, zijn wegenkaarten. Daarop staan dorpen vaak afgebeeld als een open rondje. Ze hebben geen vlees. Ik snap dat ook wel: het is lastig om al die huisjes op de kaart te zetten. Maar als je een topografische kaart kopieert en alle infrastructuur eruit haalt, zie je een zweem van bebouwing.”
Het niet-stedelijke gebied van de Randstad is dus minder leeg dan het alledaagse kaartbeeld doet vermoeden. Maar het metropoolkarakter van de Randstad zit niet alleen in stedelijkheid of bebouwing, maar ook in de infrastructuur en het ruimtegebruik, aldus Verweij: “Bij de Vinkeveense plassen is het op zondag hartstikke druk. Dat zie je niet op een kaart.” Geleidelijk aan groeide bij hem het verlangen dan zelf maar een kaart te maken. “Ik probeer via de perceptie van het publiek het Randstedelijk denken te vergroten.”
Nederland bekijken we eigenlijk altijd op dezelfde manier: het noorden boven. Die oriëntatie heeft tot gevolg dat een kaart die ten minste de vier grote steden bevat linksboven een enorme driehoek zee toont, en rechtsonder een grote lap groen die zich uitstrekt tot diep in de Betuwe. Dat ligt er allebei wel, maar dat heeft niet zo veel te maken met de Randstad, het gebied dat je op zo’n kaart van West-Nederland zou willen afbeelden. Daarom kantelde Verweij voor zijn Randstadkaart Nederland een eindje om de noord-zuid-as. Dat maakt een veel strakkere uitsnede rondom de vier grote steden mogelijk, zonder dat overbodige stukken zee en weiland worden afgebeeld.
Er waren meer ingrepen nodig om de metropool tot leven te wekken. Verweij: “Als je de Randstad als eenheid wilt zien, moet je de traditionele hiërarchie eruit halen. Daarom heb ik alle corpsgroottes van plaatsnamen gelijk gemaakt.” Een wijk van een grote stad, zoals Hillegersberg in Rotterdam of Osdorp in Amsterdam, is net zo goed een wijk van de Randstad als een middelgrote stad of een flink dorp. Gemeentegrenzen hebben vooral administratieve betekenis – vanaf het asfalt gezien merk je niet eens dat je van Den Haag naar Voorburg of Leidschendam gaat.
De structuur van een stad is niet iets dat er zonder meer is. De structuur van een stad zit ook in je hoofd. Door de vormgeving van het kaartbeeld is die structuur in de hoofden van de mensen te beïnvloeden. Een alledaags voorbeeld: veel mensen die voor het eerst naar Japan vliegen, zijn verbaasd dat de vlucht hen over de Noordpool voert. Dat past niet in het alledaagse kaartbeeld. Maar op een kaart met de Noordpool in het midden lijkt een route over de bevroren zee een vanzelfsprekende manier om van Amsterdam in Tokio te komen.
Uitsnede, kleurgebruik, belettering – het zijn allemaal manieren om met een kaart het beeld in het hoofd van de gebruiker te beïnvloeden. Verweij: “De belangrijkste ingreep in het kaartbeeld heb ik al makend ontdekt: de Ringweg – de Randstadring, zoals ik hem heb genoemd.” Het is een aaneenschakeling van allemaal bestaande stukken autosnelweg, doorgaans gezien als wegen die van A naar B leiden. Door deze wegen te zien als één ringweg, ontstaat een nieuw beeld van de stedelijke structuur: de wijken van de Randstad liggen allemaal langs afslagen van die ringweg. Ineens is het een stuk makkelijker om een buitenlander de weg te wijzen van Delft naar Abcoude.
Een dergelijke kaart verandert je manier van kijken naar de Randstad, meent Verweij. “Hij vergroot je mentale actieradius. Er rijst dan ook ineens een heel andere vraag over het Groene Hart. Op dit moment ligt het Groene Hart ‘buiten de stad’, maar met zo’n kaart voor je, realiseer je je dat het wel degelijk een deel is van die metropool.”
Dat wil helemaal niet zeggen dat de verstedelijking daar dan ook maar ongebreideld voort moet gaan, vindt Verweij. “Elke metropool vertoont enorme contrasten. In Los Angeles verschillen Compton en Beverly Hills zelfs veel meer van elkaar dan welke twee buurten in de Randstad dan ook.”
Wanneer je het Groene Hart ziet als onderdeel van de stad, in plaats van als iets dat buiten de stad ligt, ga je er al snel op een andere manier over denken, ervoer Verweij. “De Randstad is met zes miljoen inwoners de 28e metropool van de wereld, tussen Petersburg en Taipeh. In veel steden van zes miljoen inwoners heb je parken of natuurgebieden waar je rustig anderhalf uur kunt wandelen. In de Randstad niet. Er is wel groen, maar dat is geen natuur. Als je uitgaat van een stad van zes miljoen inwoners, kun je denk ik makkelijker gebieden aanwijzen waar je besluit helemaal niets meer te bouwen. Als je daarentegen uitgaat van ‘het Groene Hart moet blijven’ lukt dat niet: dat is de afgelopen veertig jaar wel gebleken.”
Om het idee van de Randstad als metropool uit te dragen heeft Verweij inmiddels ook een serie ansichtkaarten uitgebracht, met teksten als ‘Groeten uit Randstad: 6 miljoen inwoners, 5 vliegvelden’ en ‘6 miljoen inwoners, 163 culturen’. “Ik ben ervan overtuigd dat er over tien jaar een boekje is met alle straten van de Randstad. Het Prins Bernhardplein is er vast wel 22 keer, maar dat heb je in elke metropool. Ik wil nu vooral de Randstad op één vel.”
Behalve nevenstaande kaart heeft Verweij ook een spoorkaart gemaakt, waarop alle 108 spoorwegstations in de Randstad staan aangegeven, alsmede de treinverbindingen daartussen. Wie op Schiphol zo’n kaartje in handen krijgt gedrukt, kijkt heel anders naar zijn omgeving dan iemand die het met een kaart van Amsterdam moet doen. Het centrum van Rotterdam ligt immers niet verder van Schiphol dan Manhattan van JFK. Leiden ligt zelfs dichter bij Schiphol dan Amsterdam CS. Amsterdam Airport is zo bezien dan ook een tamelijk misleidende naam.
De gebruikte cartografische technieken zijn voor een aanzienlijk deel bepalend voor het beeld van een gebied, bevestigt Ferjan Ormeling, hoogleraar cartografie in Utrecht. “De gebruikte techniek is sterk bepalend voor het kaartbeeld. Zo bevoordelen choropleten – kaarten waarin een bepaald aspect in grijswaarden wordt weergegeven – de rurale gebieden. Neem bijvoorbeeld de man-vrouw-verhouding in Nederland: op een dergelijke kaart vertoont een heel groot deel van Nederland een mannenoverschot.” Dat komt doordat veel plattelandsgemeenten een mannenoverschot hebben. Dat wordt in aantal ruimschoots gecompenseerd door de steden, maar die nemen minder oppervlakte in beslag.
“Als je gemeenten groepeert tot corop-gebieden (veertig regio’s waarin Nederland is onderverdeeld, red.) schep je een geweldig vervlakkende werking, want je voegt stad en platteland samen. Wanneer je gemeenten groepeert tot economisch-geografische gebieden doe je precies het omgekeerde, want die zijn geselecteerd op economische activiteit. Door de gekozen methode is het heel voorspelbaar of je stad of platteland benadrukt. Je kunt alles benadrukken wat je wilt. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ik wil zo karteren dat Zwolle er als stedelijk knooppunt uitspringt.”
Kaarten lenen zich dus heel goed om te tonen wat belangrijk is, of wat bij elkaar hoort – eigenlijk: wat de maker belangrijk vindt, of vindt dat bij elkaar hoort.
“Het besef dat je door het gebruik van een bepaalde cartografische methode een bepaalde indeling krijgt, is nog niet zo oud. Zo hebben de Hongaren bij het vaststellen van de nieuwe grenzen in Europa in 1918 veel last gehad van de gebruikte karteringsmethode. Men gebruikte kaarten waarop elke bevolkingsgroep met een bepaalde kleur werd aangeduid. Nu woonden Hongaren vooral in steden en Slowaken op het platteland. Daardoor leek het of er in grote gebieden veel meer Slowaken woonden dan Hongaren, omdat hun woongebied een veel groter oppervlak besloeg. Uiteindelijk is daardoor een derde van de Hongaren buiten Hongarije terechtgekomen.”
De gebruikte kartering heeft grote invloed op hoe men een gebied ziet, en dus ook op de beslissingen die men erover neemt. Over die invloed op de Nederlandse politiek is nog niet zo veel bekend. Ormeling heeft een project opgezet om alle beleidsstukken die de afgelopen 150 jaar aan de Tweede Kamer zijn aangeboden te analyseren op het kaartmateriaal. “De kaarten die voor de Tweede Kamer zijn gemaakt zijn zéér wisselend van kwaliteit. Er zijn soms gemakkelijk verkeerde conclusies uit te trekken. Het wordt de laatste tijd overigens wel wat beter. Maar bewuste manipulatie met politieke consequenties kan ik me niet voorstellen in Nederland.”
Kaarten maken blijft keuzen maken. “Een ware kaart is er niet”, zegt Ormeling. “Je kunt nooit alles weergeven.” Enkele jaren geleden is een groep mensen bij de Rijksplanologische Dienst begonnen een kaart te maken die in elk geval de beleving van het landschap beter moest benaderen dan de meest gebruikte kaarten. Deze ‘belevingskaart’ is bekend geworden als de Witsenkaart, genoemd naar de voormalige directeur-generaal ruimtelijke ordening. In zijn visie ontbrak een kaart waarin infrastructuur was teruggebracht tot zijn werkelijke proporties.
“De eerste reactie bij de presentatie was ‘jé, wat groen’, verhaalt cartograaf Oene Bouma, die een belangrijk deel van de technische realisering van de Witsenkaart voor zijn rekening nam. Het vele groen komt niet overeen met het beeld dat veel mensen van het landschap hebben. “Dat komt doordat het landschap veelal wordt ervaren vanuit de infrastructuur. De lintbebouwing is dan erg dominant.” Dus ook een belevingskaart hangt af van het perspectief van de belever.
Op de Witsenkaart is onder meer gepoogd de verschillende dichtheden van stedelijk gebied tot uiting te laten komen door verschillende tinten rood te gebruiken. Binnen het groen wordt onderscheid gemaakt tussen natte en droge gebieden. Het kiezen van een kleur kan heel bepalend zijn voor het kaartbeeld. Zo werd er binnen de RPD heel wat afgebakkeleid over de kleur die kassengebieden zouden moeten krijgen, waarbij de keuzes varieerden tussen vriendelijk zachtroze en keihard paars. Verweij heeft er bewust voor gekozen kassen is zijn Randstadkaart aan te duiden in een tint die dichtbij stedelijke bebouwing ligt. Beleving en politiek komen daar dicht bij elkaar.
Verweijs kaartbeeld zou ook politieke implicaties kunnen hebben, bijvoorbeeld in discussies over het Groene Hart of over waar de komende decennia grote aantallen woningen moeten worden gebouwd. Ormeling ziet duidelijke beperkingen aan Verweijs boodschap van ‘de Randstad als metropool’. “Hij vergeet door zijn methode van karteren dat de grenzen van de Randstad naar buiten toe in feite moeilijk zijn af te bakenen. Het verstedelijkt gebied loopt door tot Alkmaar en tot ver in Brabant. Het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij heeft een kaart gemaakt waarop het percentage verstedelijking gedetailleerd is aangegeven. Daarop zie je in West-Nederland twee duidelijke concentraties: Rotterdam/Den Haag en Amsterdam met uitloop naar het noorden. Je ziet er geen hoefijzer in of ringvormige Randstad, en ook geen Groene Hart. De term Randstad suggereert dat het een eenheid is, maar dat is slechts in zeer beperkte mate het geval. Daarom zou ik liever spreken van de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad.”

Datum:      17-04-1996