berlin-20131218-00749Consumenten huilen krokodillentranen over de teloorgang van mooie auto’s maar kopen inwisselbare modellen die weinig kosten en veel kunnen. Gelijk hebben ze want het levert je niets meer op om in een mooie auto te rijden. De auto betekend niets meer voor onze identiteit. Voor het geld dat hij per maand kost kan je een aan een parachute hangen of een Tantra-seminar volgen. Dat is veel bruikbaarder voor je persoonlijke ontwikkeling én voor je online-identiteitsvorming. Je AMC Pacer daarentegen kan je maar 2 keer per jaar op Facebook posten. Parkeren voor de deur van het restaurant gaat niet meer. Cruisen door de stad is niet meer leuk door rotonden, drempels en gordels. Als je ermee op vakantie wilt, vinden je vrienden het sneu voor je. Zij vliegen en huren iets. De auto heeft geen achterban meer, de grond onder het grote status van de vorige eeuw symbool brokkelt met de dag verder af. De auto straalt niet meer af op de bezitter en de auto’s stralen sowieso niet meer.

Inperking van vrijheid

De wetgever bemoeit zich intensief met de auto. Bij de invoering van de autogordel-draagplicht (1976) stuitte dat nog op veel weerstand. “Inperking van vrijheid”, “schending van persoonlijke integriteit”, maar zulke stemmen zijn verstomd. De automobilist is een mak schaap geworden. Zo heb ik mijn vorige auto ingeruild omdat hij te ‘vuil’ was om in mijn wijk te staan. Hij behoorde tot de Duitse milieuklasse 3, terwijl 4 benodigd was. Ik had de keus om naar een buitenwijk te verhuizen, of mijn auto voor een schoner model in te ruilen. Dit makke schaap koos ik voor het laatste.
Risee van de stad
folie14Ook de inrichting van steden disciplineert de autogebruiker. Genereerde een auto ooit vlotte toegang tot de stad, is zij tegenwoordig de risee van de stad. Alles is eenrichting verkeer geworden, je staat meer stil dan je beweegt. Wie parkeert wordt uitgeperst. Ondertussen moet je je schamen ten opzichte van elke fietser en voetganger want je doet iets immoreels. Alsof je een bloedige entrecote eet in een vegetarisch restaurant.
Je bent gek als je met de auto de stad in gaat. Het publiek heeft die boodschap inmiddels goed begrepen. Na veel campagnes, parkeertarieven, overstapplekken, wielklemmen en morele druk doen we dat ook niet meer. We gaan met de auto nog wel naar de MEGA-store om boodschappen voor de hele week te doen maar we mijden de binnenstad als de pest. Dat is namelijk definitief het territorium van de voetganger en de fietser geworden. De auto is de boosdoener in de stad: Hij is onvredig, gewelddadig, onsociaal, vervuilend en neemt teveel plek in.

De stad een verloren territorium

Alleen in onwerkelijke autoreclames kijken mensen nog lachend om naar een auto, omdat hij zo mooi en vlot is. Daar zijn de straten leeg, en swingen de auto’s door de stad. Maar in het echt is de binnenstad voor de auto een verloren territorium. Steden als Amsterdam, Groningen en Utrecht zijn disciplineringsmachines geworden.
Groningen liep voorop met haar verkeerskundige ‘kwadranten’. Van het ene naar het ander kwadrant is er maar één doorgang. Alles is eenrichtingsverkeer. Het zijn militaire middelen die ook gebruikt worden bij grootschalige, gevaarlijke evenementen zoals een Europacup Finale en of een Ajax huldiging. In zulke gevallen is boosdoener een dronken Hooligan maar hier is de ‘vijand’ de burger in zijn auto.
Autoregelgeving is het fundament van gentrification
stad-z-auto

Het is begrijpelijk dat een overheid -met grote steun van burgers- ferme maatregelen neemt om de stad te verbeteren. Maar misschien heeft de stedelijke arrogantie ten aanzien van de auto wel een te grote zege geboekt. Winkelgebieden lopen leeg en stadsbezoek neemt af, omdat we ‘winkelen via internet’. Maar er is niet meer aan de hand? Is de stad misschien ook minder opwindend geworden? Hoeveel galeries, lunchcafeetjes en snuisterijenshops kun je verdragen? De stad herbergt nog nauwelijks ongepolijste verassingen en ontmoetingen. Het is geen open platform meer voor iedereen. Alle anti-auto maatregelen zijn genomen vanuit de overtuiging dat de stad toch wel aantrekkelijk genoeg is, maar die aanname klopte misschien niet. Half Hengelo staat leeg en in Breda kan je met het blote oog de stedelijke terugloop zien in elk café.

Vergelijk onze binnensteden eens met een willekeurige stad op het Franse of Spaanse platteland, waar boeren en buitenlui twee keer per week hun auto’s parkeren om groenten en andere waar te verkopen. De ‘Hollandse maatregelen’ zijn daar ondenkbaar omdat ze het functioneren van de stad ondermijnen. Maar was dat primaire stedelijke gebruik niet juist hoe de stad ontstond, en wat de stad legitimeert? En hebben al die maatregelen het vitaal functioneren van onze steden ook niet uitgeroeid?
De autoregelgeving is een van de fundamenten van de gentrification en bijbehorende verburgerlijking van de stadscultuur. Iedereen denkt hetzelfde, vindt hetzelfde en woont hetzelfde. Alle restaurants serveren hetzelfde. De tegenstellingen die de stad ooit opwindend maakte zijn verdwenen omdat de hoogstedelijke cultuur al decennia regeert. We hebben onze steden tot resorts gemaakt, misplaatst arrogante “one-trick ponies”. Veel senioren en gezinnen hebben de stad daardoor juist herontdekt, ze kopen er appartementen en zijn er tevreden. Maar ga eens kijken in Warschau, Marseille en armere wijken van Berlijn. De stad is daar nog meer een melting pot van verschillen. Verschillen die op elkaar botsen en elkaar beconcurreren. De toegankelijkheid -juist ook voor de auto- speelt daarin een grote rol. We zijn te ver gegaan.