Ik ben een designer, daar heb ik voor geleerd. Ik ben bachelor in de industriële vormgeving voor openbare ruimten. Designer of Public Space, in nieuw Nederlands. Jarenlang heb ik mijn keuze voor design betreurd. Het ontwerpdebat onder architecten is rijker, de traditie van ontwerpen is groter en de maatschappelijke impact van een gebouw en zeker een hele wijk is groter. “Ik had architectuur  moeten studeren, zal ik het alsnog doen”, mijmerde ik dan. 

Design studeren
Maar ja, ik verliet een HTS Bouwkunde opleiding om design te studeren. Ik vond de Jellema Bouwkunde-boeken vol met foto’s van bouwvakkers die staal vlochten en kruiwagentjes beton storten te archaïsch. Ik had het gevoel terug in de tijd te gaan in plaats van vooruit.

Wij leerden op de HTS doorsneden van houten kozijndetails uit het hoofd, terwijl de deuren in de laatste Audi 100 kozijnloos  en zeker niet van hout waren. Ik moest uitgestorven metselverbanden optekenen terwijl Peter Struycken in een intelligente pixeltechniek  -uiteindelijk ook een metselverband- een portret van de koningin maakte. Ik klaagde erover tegen mijn bouwkundedocent, die begrip had voor mijn switch naar industrieel ontwerpen.

Vooruitgang
Design blijkt erg goed in staat met de tijd mee te veranderen. Design lijkt vooruitgang, verandering en innovativiteit in de genen te hebben. Het vak is op dit moment bij het grote publiek bekender en populairder dan ooit tevoren (wat dat ook waard mag zijn).

Het publiek heeft nog vertrouwen in designers. Dat vertrouwen is vergelijkbaar met dat het vertrouwen dat men vroeger in architecten had. Een architect kon iets oplossen, zoals geen ander dat kon. Hij kon ook vooruitzien en was toonaangevend in smaakkwesties. 

Door die populariteit groeit design en slokt het andere vakgebieden op. Social design, Designthinking, food-design, interaction design, design management, sustainable design, designstrategie en out of the box denken, het zijn stuk voor stuk nieuwe loten aan de stam, waar recentelijk dikke boeken over gepubliceerd zijn. En het merkwaardige is, dat die boeken meestal uitverkocht raken. Design gaat allianties aan met innovatieve technieken en methoden, nieuwe werkwerkwijzen en nieuwe inzichten. Design groeit ongecontroleerd in allerlei richtingen, als ware het een reuzenkwal. 

Krimp
Die ongecontroleerde groei staat in schril contrast tot de situatie in de architectuur en de stedenbouw. Die disciplines lijken alleen maar te krimpen. Waar architecten en stedenbouwkundigen de grootste moeite hebben om hun expertise aan de veranderende maatschappelijke omstandigheden aan te passen, lijken designers er juist in voorop te gaan. 

Designers worden in steeds meer processen en ontwikkelingen betrokken, terwijl architecten en stedenbouwkundigen daarin steeds minder betrokken worden. Dat is des te vreemder, omdat ik denk dat de kern van de beide expertises niet veel verschilt. Ja, de materialen en de fabricagemethoden verschillen, maar het denken -de kernactiviteit van de designer- is eender. Ook denk ik dat designers momenteel bij te veel betrokken worden en architecten bij te weinig, maar dat terzijde. 
Buigzamer
Design blijkt een vak dat door zijn geringe expertiseballast en gebrek aan tradities veel buigzamer is dan de architectuur en de stedenbouw. Aan de gebrekkige expertise en het gebrek aan tradities stoor ik me al zolang ik in design zit. Maar de buigzaamheid van het vak vind ik fantastisch.