Ik ga u het best bewaarde geheim over de crisis verklappen. Berlijn is de enige plek in de westerse wereld waar de crisis geen enkel effect op heeft.
Eerst de feiten:
Architecten hebben meer werk dan ooit tevoren, er wordt veel gerenoveerd én nieuw ontwikkeld. Er wordt meer vast dan ooit te voren, het koopaandeel (15%) van de huizenmarkt groeit. Grotere braakliggende stukken grond (grens & industriegebied), worden nu pas ontwikkeld omdat het eigendomsrecht trager dan verwacht opgehelderd.
Er is een recordaantal hotelovernachtingen geboekt in 2011 (20 miljoen). Er zijn veel Internet-startups omdat hier betaalbare bedrijfruimte en creatieve arbeidskrachten zijn. De congresmarkt groeit, ook omdat er veel goedkope hotelbedden zijn en verblijf er goedkoop is. Er is een grote muziek- en partyscene en er is een grote trek van galleries en ambtenaren naar de stad.
 
Hoofdstadsvorming
Veel van de groei komt voort uit de hoofdstadsvorming. Vlak na de Haubtstadtwahl is er gefeest en gespeculeerd. Maar er bleek  te vroeg gejuicht, het proces van hoofdstadvorming is traag. Na twintig jaar staat nog een ministerie in de steigers, is een aantal nog niet verhuisd en moet nog bediscussieerd waar het Song Festival landt. Maar op cultureel, internationaal en diplomatiek niveau is Berlijn wél de onomstotelijke hoofdstad geworden.
Crisis
Berlijn heeft zijn crisis al gehad. 20 Jaar voordat Lehman-Brothers omviel, viel er hier een muur om. De huizenprijzen zijn al twee keer gestegen en weer gezakt. Het geloof in een “Aufschwung des Ostens” is een sprookje uit het verleden. Na de Wende kwamen de projectontwikkelaars in bosjes. Ze waren allemaal even snel weer weg want hier viel niets te verdienen. Er was geen economie, de bewoners waren arm en onzeker over hun toekomst. De helft van hen was teleurgesteld, arbeidsongeschikt, gepensioneerd. Daar voorkoop je vrijstaande kaveltjes noch verzorgingsflats aan.
Bovendien was de stad arm en slecht georganiseerd, In Oost moesten ambtenaren een wet handhaven die ze niet begrepen. Het eigendom van vastgoed was onduidelijk en er is geen verjaringstermijn voor claims afgesproken. Onteigeningen duurden lang en de bevolking kwam in opstand voor elk kwartje huuropslag, ze zijn tenslotte arm en actiebereid. Het oude Ossie-apparaat in de omliggende gemeentes kond de stroom nieuwbouwplannen (ondanks hulp van Wessies) niet aan.
Ambities
Ook de ambities van de stad zijn al lang geleden bijgesteld. De gewenste groei naar 5 miljoen inwoners is nooit gehaald. Het bewonersaantal is stabiel op tweederde daarvan. Gelukkig zijn de Olympische spelen nooit toegewezen. Iedereen kan nu hartelijk lachen om de zelfoverschatting uit het 2000-bidbook. Het verraadt een naïef vertrouwen dat Berlijn snel een normale Duitse stad zou worden. Die normale stad is Berlijn nooit geworden en was het in de koude oorlog al niet. Het waren twee steden die beide een meer politiek dan een economisch belang hadden, twee onwerkelijke steden. In veel opzichten is dat nog steeds steeds zo: eerst onttrok Berlijn zich aan economische processen doordat het politiek in leven werd gehouden en nu onttrekt het zich nog steeds aan de economische realiteit van alledag. Ook al staat in de krant “Duitsland heeft de hoogste economische groei in Europa,  herstelt het snelst van de crisis”. Dat is niet waarom de crisis geen vat heeft op Berlijn. Dat gaat namelijk over Duitsland, dit over Berlijn.

Keine Blase
Toen ik bij een echte Berlijner informeerde naar de crisis zij hij: “wir haben hier ständig Krise”. Het zijn vooral oude Berlijners die niet kunnen geloven dat het de stad inmiddels beter gaat. Ze zijn gaan geloven dat Berlijn tot permanente crisis veroordeeld is. Ondertussen kopen Denen en Fransen het vastgoed, gentrificeren grote delen van Oost Berlijn en is er een middenklasse ontstaan uit de creatieve marginaliteit. De Berliner Zeitung schreef over de bankencrisis in relatie tot Berlijn: “Wo es keine Blase gibt, kann sie auch nicht platzen.”